De duinen tussen Vlissingen en Dishoek zijn niet sterk genoeg. Omdat er aan de waterkant geen ruimte is, verstevigt het Waterschap de duinen aan de landkant.
Het is een zwak stukje kust. Elke vijf jaar moet Rijkswaterstaat zand op het strand spuiten omdat de kust voortdurend slijt onder invloed van wind golven en stroming. Bij bijna elk ander strand landt dat zand vóór het strand in zee en blijft het daar, maar in Vlissingen ligt daar precies een vaargeul. Het snelstromende water neemt het zand mee en dan is het weg.
Een hap uit het strand
Elke vijf jaar het strand opspuiten is niet eens genoeg. Regelmatig moet er extra zand bij, omdat een storm weer een hap uit het strand heeft genomen. Om een eind te maken aan die noodreparaties, gaat het Waterschap Scheldestromen nu extra zand aanbrengen. Niet aan de strandkant, maar aan de andere kant van de duinen.
“Uit de toetsing die we één keer in de twaalf jaar doen, bleek dat dit stukje niet voldoet aan de strenge normen”, zegt Samantha van Schaick, adviseur waterveiligheid van Waterschap Scheldestromen. “Dat betekent niet dat het meteen onveilig is. We houden deze locatie altijd al in de gaten op het moment dat er duinafslag is, maar straks is dat niet meer nodig.”
In totaal 520.000 kuub
Dit najaar wordt er 20.000 kuub zand van het strand naar achter de duinen gereden, vertelt Van Schaick. Rijkswaterstaat vult het strand aan met 520.000 kuub zand, 20.000 daarvan is extra. “Wij gaan het extra zand dat ze meenemen, in het duin leggen.”
De duinen liggen op dit stukje bij Dishoek aan de landkant iets lager dan ergens anders. “Als je goed kijkt, loopt het een beetje golvend”, zegt Van Schaick. “Als we klaar zijn, is dat opgevuld.”
Bron: omroepzeeland.nl
