Geplaatst in

Het wordt steeds uitdagender voor starters op het strand

Meerkerk Houtbouw noemt duurzame paviljoens en stijgende kosten de
opvallendste ontwikkelingen op het strand

Het strandseizoen is goed begonnen. Met een relatief warme maart en volop zonnige dagen in april draaien paviljoenhouders een degelijk voorseizoen. Voor Meerkerk Houtbouw is de aanloop naar het nieuwe seizoen traditioneel juist een piek op het strand. Van nieuwe jaarrondbedrijven tot het helpen opbouwen van seizoenspaviljoens: de mannen van Meerkerk hebben heel wat strandbedrijven in de
verschillende kustprovincies onder handen gehad. Wat viel projectleider Johan Meerkerk dit jaar op? “Duurzaamheid is de standaard op het strand.”

De Nederlandse kust is een voorbeeld voor ondernemers uit binnen- en buitenland. Elk jaar opnieuw verrijzen hier na de winter de mooiste seizoensbedrijven naast de vaak indrukwekkende jaarrondpaviljoens die grofweg de andere helft van de bedrijven vormen. Johan Meerkerk komt vrijwel overal en heeft door de jaren heen de wensen en eisen zien veranderen. “Tegenwoordig krijgen we vrijwel geen aanvraag meer zonder dat de constructie geschikt moet zijn om zonnepanelen te dragen”, geeft hij een voorbeeld. “Of ze vervolgens altijd geïnstalleerd worden kan ik niet beoordelen, maar het geeft wel aan dat ondernemers voorsorteren op een duurzame aanpak. Dat geldt wel meer voor de permanente paviljoens moet ik zeggen. Vrijwel alle seizoensbedrijven die wij plaatsen, hebben geen isolerende beglazing, geen isolatie in de vloer, wand en dak, waar dat bij permanente bedrijven eigenlijk de standaard is. Logisch ook wel, anders blijven ze stoken in de winter. Je ziet dat duurzaam denken de standaard is op het strand en dat past daar ook. We werken en recreëren daar met zijn allen in een natuurgebied. Daar voel je je verantwoordelijk voor.”

Stikstof en het strand
Met een andere uitdaging van de huidige tijd heeft Meerkerk dan tot op heden weer
verrassend weinig te maken. “Bouwprojecten in heel het land lopen vertraging op door
stikstof. Je zou misschien verwachten dat wij hier, midden in de natuur, ook tegen de
grenzen zouden aanlopen met onze werkzaamheden, maar dat valt gelukkig mee. Wat niet
wegneemt dat wij zelf al veel doen om zo duurzaam mogelijk te werken en onze mobiliteit en
werkzaamheden te elektrificeren waar we kunnen. Daarbij lopen we natuurlijk wel
beperkingen aan: op het strand staan geen laadpalen en we moeten wel met constructies en
zwaar gereedschap langs de hele kust werken om het strand op te bouwen. Zodra de
alternatieven er zijn, denken we daar graag in mee, maar voorlopig kunnen wij het seizoen
nog niet starten met alleen elektriciteit. Er is sprake van zero emissie zones waar wij volgend
jaar mee te maken krijgen in bepaalde gemeentes. Op de korte termijn kunnen we nog
gebruik maken van de zogenoemde overgangsregeling. Maar als wij vanaf 1 januari 2029
geen ontheffing krijgen en daardoor geen materialen kunnen aanvoeren en hijskraan meer
mogen gebruiken, houdt het wel een beetje op. Dat is voor ons spannend.

Trendbestendige kust
De levensduur van seizoensbedrijven is door het jaarlijkse opbouwen en afbreken 15-20 jaar, terwijl bij een jaarrondpaviljoen uit wordt gegaan van 50 jaar. Verrassend genoeg maakt dat in praktijk weinig uit. Meerkerk: “Ook jaarrondpaviljoens zijn vaker toe aan nieuwbouw. Aan zee zijn de omstandigheden zwaar voor gebouwen. Bovendien willen de ondernemers graag mee met hun tijd en kunnen ze met een nieuw gebouw beter inspelen op trends onder het publiek.” Die trends veranderen niet heel snel, maar de ontwikkelingen schrijden volgens Meerkerk altijd voort. “Vrijwel alle paviljoens vinden het nu heel belangrijk dat ze erg veel lichtinval hebben”, vertelt hij. “Dan kunnen de gasten van binnen naar buiten
kijken zodat ze één zijn met de omgeving, maar het is bijna net zo belangrijk dat de gasten naar binnen kunnen kijken. Een donker paviljoen oogt gesloten.” Andere trends veranderen niet heel snel. “We hebben in Scheveningen net strandhuis Hito neergezet en dat is een industrieel paviljoen. Dat is wel een beetje een uitzondering, want de meeste paviljoens zoeken toch een natuurlijke look. Ondernemers geven dan een eigen touch met de inrichting en aankleding.” Naast de wensen van ondernemers zijn de eisen van overheden bepalend voor het aanzicht van het strand en de levensduur van paviljoens. Meerkerk: “We hebben onlangs Paal 17 op Texel verplaatst omdat het paviljoen naar voren moest. Bij een heel nieuw jaarrondpaviljoen kan dat sowieso wel uit. Dit bedrijf stond er nu tien jaar en ook daar viel de rekensom nog zo uit dat verplaatsen goedkoper was dan nieuwbouw. Afhankelijk van of de exploitant veel wil aanpassen maken we de keuze voor nieuwbouw of verplaatsen.”

Permanente paviljoens
Tijdens corona mochten seizoensbedrijven op het strand blijven staan. Het is de wens van veel paviljoens om daar staande praktijk van te maken. Maar Meerkerk weet niet of het wel een werkbare oplossing is, dat hangt sterk af van de eisen die hierbij gesteld gaan worden. “Het betekent ook dat we de dakconstructies bijvoorbeeld geschikt moeten zijn om een bepaalde hoeveelheid sneeuw te kunnen dragen. Dat geeft weer een ander kostenplaatje. Ondernemers die hun paviljoen in de winter sluiten hebben geen langer seizoen om dat weer terug te verdienen.” In Scheveningen en Zandvoort is daarnaast discussie om meer
jaarrondbedrijven toe te staan. “Dat zou een verandering in onze business betekenen, omdat we dan op 2 heel drukke stranden niet meer opbouwen en afbreken. We merken nu al dat de exploitanten wachten met investeringen in een nieuw bedrijf omdat ze niet weten of het een seizoenspaviljoen of een jaarrondzaak wordt. Dat maakt uit voor de vereisten van de constructie en de investeringen die daar tegenover staan.”

Kosten en prijs
Kostenplaatjes zijn sowieso wel een bron van aandacht voor Meerkerk en de ondernemers. “Als je ziet hoeveel meer we betalen voor onze materialen en arbeid, daar schrik ik soms van. Ik denk dat de prijs per vierkante meter voor een nieuw paviljoen in de afgelopen vijf jaar is verdubbeld. Dat zijn ontwikkelingen die de ondernemer uiteindelijk door moet rekenen en die de consument zal voelen. De eisen van de verzekeraars en de brandweer worden ook steeds strenger. Op zich een goede zaak, want het maakt de aanpak nog professioneler. Maar starters op het strand moeten daardoor een heel ander budget hebben
dan vroeger. Dat maakt de risico’s erg groot, want als je je in de schulden moet steken om te starten en je hebt pech met het weer tijdens de eerste zomers, kun je snel in de problemen komen.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *